Over Taalmaatjes

Om je ergens thuis te voelen, is de taal spreken een voorwaarde.

Taalmaatjes is een zelfstandig vrijwilligersproject dat bijna volledig door vrijwilligers wordt gerund. De vrijwilligers ondersteunen anderstaligen in hun streven de Nederlandse taal beter te leren beheersen, waarbij de nadruk ligt op spreekvaardigheid.

Het project staat voor contact tussen verschillende culturen en het vergroten van de taalvaardigheid, waardoor mensen beter kunnen functioneren in onze maatschappij.

Door het één op één-contact kunnen onze vrijwilligers gericht werken aan de praktische taalvaardigheden die de deelnemer wil verbeteren. Tevens ontstaat door de informele aanpak (zelf)vertrouwen, belangrijk voor de deelnemer om verdere stappen te zetten.

Elke volwassen anderstalige kan een Taalmaatje krijgen, ongeacht leeftijd en onafhankelijk van de opleiding. De enige voorwaarde is dat men enigszins aanspreekbaar is in het Nederlands.

We zijn een vrijwilligersproject, maar pakken het professioneel aan. We doen ons uiterste best om zo zorgvuldig mogelijk te koppelen, en we zijn zowel voor de vrijwilliger als de deelnemer altijd aanspreekbaar. Hiermee is de kans dat de deelnemer met behulp van een vrijwilliger het communiceren in het Nederlands aanzienlijk verbetert.

Na een intakegesprek wordt een deelnemer gekoppeld aan een vrijwilliger. Deze koppeling is in principe voor een jaar, en de koppels ontmoeten elkaar wekelijks.

De Bibliotheek Deventer organiseert het project. Onze vrijwilligers sluiten een overeenkomst af met de bibliotheek en zij kunnen gebruik maken van allerlei faciliteiten en (les)materiaal.

Koppels aan het woord

Van links naar rechts: Hans Groen, Ziad Alfayad Zamzam en zijn vrouw Wedad

Voor mij dus ook een heel leerzaam project. Een duidelijke win-win-situatie.

Hans: Via het taalmaatjesproject kwam ik in contact met het Syrisch echtpaar Ziad en Wedad. Zij zijn rond de 50 en ik ben ook een vijftiger. Er waren duidelijk overeenkomsten tussen ons. Zij waren beiden hoogopgeleid en hadden kinderen in dezelfde leeftijd. 
Dit maakt het makkelijk om gesprekken te kunnen voeren. Omdat ik overdag werk, spreek ik voornamelijk af in de avonduren. Nu komen wij elke woensdagavond bijeen. We praten dan over allerlei onderwerpen die aangedragen worden door Ziad en Wedad. Zij zijn erg leergierig en willen veel weten, vooral over regelgeving en algemene gebruiken in Nederland. Hun kinderen gaan in Nederland naar school en leren snel de taal.

Onderwerpen die de afgelopen periode de revue zijn gepasseerd: alles rond het bezoeken van de huisarts of het ziekenhuis en de naamgeving van ziekten. Ook wilden zij het een en ander weten over het Nederlandse onderwijssysteem, de topografie van Nederland, de Nederlandse feestdagen en het solliciteren. Later kwam ook het onderwerp, het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel aan de orde. Dit was voor mijzelf leerzaam, want ik moest hierover zelf ook informatie opzoeken.
Als taalmaatje zorg ik dat zij over bepaalde onderwerpen bruikbare links van mij krijgen. You tube filmpjes geven namelijk ook veel aanvullende informatie.

Tijdens onze gesprekjes kwamen vanzelf allerlei spreekwoorden, gezegden, maar ook Nederlands idioom aan de orde. Zo schreef ik in een mail: “Waar zullen we het vanavond over hebben?”. Daar hadden Ziad en Wedad hoofdbrekens over. Wat bedoelde ik. Wilde ik iets hebben? Ja, dan merk je dat de taal heel lastig is.
En toen we het hadden over een abonnement afsluiten en dat dat iets anders is dan opzeggen. Ook dan kom je erachter hoe moeilijk de Nederlandse taal is met dubbele betekenissen. Afsluiten is toch iets op slot doen en een abonnement open je toch…

Alie Groendijk (73 jaar) en Wegatha Mahari (26 jaar) vormen een taalkoppel.

We beleven beiden plezier aan de bezoekjes.
Ik hoop Wegatha verder te kunnen helpen om haar weg hier te vinden.

Alie: Ik heb mijn hele leven tot nu toe gewoond en gewerkt in Deventer. Wegatha komt uit Eritrea. Samen met haar twee kinderen is ze vier jaar geleden via een lange weg naar Nederland gekomen waar haar man in een AZC verbleef. Ik kende het gezin al, omdat ik ook een taalmaatje ben geweest van Berhane, haar man. We spreken elke week af en als het niet uitkomt, informeren we elkaar via Whatsapp.

We voeren een gesprekje met elkaar en dat kan over veel onderwerpen gaan, zoals activiteiten van het gezin, bijzonderheden over de kinderen en praktische onderwerpen, zoals het lezen van brieven van overheden of het doen van boodschappen. Als het zo uitkomt, maken we gebruik van de computer.

Ik heb ook altijd een korte leestekst bij de hand, en ik maak gebruik van de korte verhaaltjes die elke dag in de Stentor staan. Hier vertellen lezers over grappige gebeurtenissen met hun (klein-)kinderen. De onderwerpen geven gelegenheid tot uitbreiding van de woordenschat en/of een gesprekje en sluiten goed aan bij de belevingswereld van Wegatha die ook jonge kinderen heeft.

Wegatha vertelt mij over haar leven in Eritrea en de vlucht naar Ethiopië. Vandaar kon ze na een lange wachttijd met het vliegtuig naar Nederland.

 Soms moet ik het hebben over een lastig onderwerp waar wij in Nederland mee te maken hebben. Ik denk aan het donorregistratieformulier dat zij ontving.