Over Huis der Taal

Om je ergens thuis te voelen, is de taal spreken een voorwaarde.

Huis der Taal is een zelfstandig vrijwilligersproject dat bijna volledig door vrijwilligers wordt gerund. De vrijwilligers ondersteunen anderstaligen in hun streven de Nederlandse taal beter te leren beheersen, waarbij de nadruk ligt op spreekvaardigheid.

Na een intakegesprek wordt een deelnemer gekoppeld aan een vrijwilliger. Deze koppeling is in principe voor een jaar, en de koppels ontmoeten elkaar wekelijks.

Wij werken samen met de Bibliotheek Deventer en zijn gehuisvest in de Bibliotheek aan de Stromarkt. Voor een vrijwilligersproject als Huis der Taal is het belangrijk dat we een organisatie als de Bibliotheek Deventer achter ons hebben staan die ons zekerheid biedt. Zo sluiten onze vrijwilligers  een vrijwilligersovereenkomst af met de bibliotheek en kunnen zij gebruik maken van allerlei faciliteiten en (les)materiaal. Bovendien is de bibliotheek een logische partner; het gaat om taal, contact en communicatie.

Kwaliteit staat hoog in het vaandel van Huis der Taal. Alle vrijwilligers krijgen een introductietraining. Goed toegeruste vrijwilligers verhoogt de kans op geslaagde matches en deelnemers die de Nederlandse taal beter beheersen.

Al bijna 20 jaar

Huis der Taal is geworteld in het project Samenspraak, een idee van het Gilde. In 2001 ging de Stichting Ouderenwerk Deventer samenwerken met de Deventer afdeling van Humanitas en werd het project omgedoopt in Huis der Taal. Toen Ouderenwerk in 2008 fuseerde met de Raster Groep, verhuisde Huis der Taal mee.

HBMT_aangesloten-RGB

Sinds 2013 is Huis der Taal een zelfstandig project dat wordt aangestuurd door een stuurgroep.

Huis der Taal is aangesloten bij Het Begint met Taal, onze koepelorganisatie.

Koppels aan het woord

Hans Groen en Ziad Alfayad Zamzam (links) en zijn vrouw Wedad

Voor mij dus ook een heel leerzaam project. Een duidelijke win-win-situatie.

Hans: Via het taalmaatjesproject kwam ik in contact met het Syrisch echtpaar Ziad en Wedad. Zij zijn rond de 50 en ik ben ook een vijftiger. Er waren duidelijk overeenkomsten tussen ons. Zij waren beiden hoogopgeleid en hadden kinderen in dezelfde leeftijd. 
Dit maakt het makkelijk om gesprekken te kunnen voeren. Omdat ik overdag werk, spreek ik voornamelijk af in de avonduren. Nu komen wij elke woensdagavond bijeen. We praten dan over allerlei onderwerpen die aangedragen worden door Ziad en Wedad. Zij zijn erg leergierig en willen veel weten, vooral over regelgeving en algemene gebruiken in Nederland. Hun kinderen gaan in Nederland naar school en leren snel de taal.

Onderwerpen die de afgelopen periode de revue zijn gepasseerd: alles rond het bezoeken van de huisarts of het ziekenhuis en de naamgeving van ziekten. Ook wilden zij het een en ander weten over het Nederlandse onderwijssysteem, de topografie van Nederland, de Nederlandse feestdagen en het solliciteren. Later kwam ook het onderwerp, het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel aan de orde. Dit was voor mijzelf leerzaam, want ik moest hierover zelf ook informatie opzoeken.
Als taalmaatje zorg ik dat zij over bepaalde onderwerpen bruikbare links van mij krijgen. You tube filmpjes geven namelijk ook veel aanvullende informatie.

Tijdens onze gesprekjes kwamen vanzelf allerlei spreekwoorden, gezegden, maar ook Nederlands idioom aan de orde. Zo schreef ik in een mail: “Waar zullen we het vanavond over hebben?”. Daar hadden Ziad en Wedad hoofdbrekens over. Wat bedoelde ik. Wilde ik iets hebben? Ja, dan merk je dat de taal heel lastig is.
En toen we het hadden over een abonnement afsluiten en dat dat iets anders is dan opzeggen. Ook dan kom je erachter hoe moeilijk de Nederlandse taal is met dubbele betekenissen. Afsluiten is toch iets op slot doen en een abonnement open je toch…

Alie Groendijk (73 jaar) en Wegatha Mahari (26 jaar) vormen een taalkoppel.

Alie: Ik heb mijn hele leven tot nu toe gewoond en gewerkt in Deventer. Wegatha komt uit Eritrea . Samen met haar twee kinderen is ze vier jaar geleden via een lange weg naar Nederland gekomen waar haar man in een AZC verbleef. Ik kende het gezin al, omdat ik ook een taalmaatje ben geweest van Berhane, haar man. We spreken elke week af en als het niet uitkomt, informeren we elkaar via Whatsapp.

We voeren een gesprekje met elkaar en dat kan over veel onderwerpen gaan, zoals activiteiten van het gezin, bijzonderheden over de kinderen en praktische onderwerpen, zoals het lezen van brieven van overheden of het doen van boodschappen. Als het zo uitkomt, maken we gebruik van de computer.

Ik heb ook altijd een korte leestekst bij de hand, en ik maak gebruik van de korte verhaaltjes die elke dag in de Stentor staan. Hier vertellen lezers over grappige gebeurtenissen met hun (klein-)kinderen. De onderwerpen geven gelegenheid tot uitbreiding van de woordenschat en/of een gesprekje en sluiten goed aan bij de belevingswereld van Wegatha die ook jonge kinderen heeft.

Wegatha vertelt mij over haar leven in Eritrea en de vlucht naar Ethiopië . Vandaar kon ze na een lange wachttijd met het vliegtuig naar Nederland.

 Soms moet ik het hebben over een lastig onderwerp waar wij in Nederland mee te maken hebben. Ik denk aan het donorregistratieformulier dat zij ontving.

We beleven beiden plezier aan de bezoekjes en ik hoop Wegatha wat verder te kunnen helpen om haar weg hier te vinden.